
In de Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) worden eisen gesteld aan het opsporen van conventionele explosieven. Daarnaast bevat de BRL-OCE eisen op het gebied van de organisatie en het management van het opsporingsbedrijf en de deskundigheid en examinering van personeel.
Vanaf 2007 geldt op grond van het Arbobesluit een certificatieplicht conform de BRL-OCE. Volgens het Bijdragebesluit 2006 dienen opsporingsprojecten om in aanmerking te komen voor een rijksbijdrage te worden uitgevoerd door gecertificeerde opsporingsbedrijven.
De eerste versie van de BRL-OCE is vastgesteld in november 2005. Op 8 februari 2007 is door het Voorlopig College van Deskundigen OCE een wijzigingsversie vastgesteld. De wijzigingen hebben in de eerste plaats betrekking op enkele aanpassingen van procestechnische aard. In de tweede plaats betreft het enkele wijzigingen in de regeling voor examinering van OCE-deskundigen en een verlenging van de overgangstermijn waarbinnen de bestaande deskundigen (vooral de voormalige EOD-ers van het ministerie van Defensie) worden gelijkgesteld met een OCE-deskundigen zoals bedoeld in de BRL.
De BRL-OCE, versie 2007, is aangeboden aan SZW. Op 29 maart 2007 is door Minister mr. J.P.H. Donner van het ministerie van SZW een wijziging van de Arboregeling vastgesteld, waarin de verwijzing naar de BRL-OCE versie februari 2007 is opgenomen. De gewijzigde BRL-OCE heeft daarmee een wettelijke status gekregen en de BRL-OCE versie 2005 is komen te vervallen. |